Gelukkig kent UNICEF vele trouwe afnemers. Om de continuïteit van het project Geboorte - CD te kunnen waarborgen is er een nieuwe cd ontwikkeld. Een cd met 50 Nederlandse Peuterliedjes. Bij aangifte van een 2e of 3e baby zou deze cd een alternatief kunnen zijn. Teksten van de cd vindt u op de site.
Ook van de Peuter cd gaat € 0,50 naar de vaccinatieprojecten toe.
| 01. | Tussen Keulen en Parijs leidt de weg naar Rome Al wie met ons mee wil gaan, die moet onze manieren verstaan zo zijn onze manieren, zo zijn onze manieren, zo zijn onze manieren, manieren, zo zijn onze manieren |
| 02. | Hansje Pansje kevertje die klom eens op een hek neer viel de regen en spoelde Hansje weg op kwam de zon en die maakte Hansje droog Hansje Pansje kevertje die klom toen weer omhoog |
| 03. | Rijen, rijen, rijen in een wagentje, en als je dan niet rijen wil dan draag ik je Rijen, rijen, rijen in een wagentje, en als je dan niet rijen wil dan draag ik je |
| 04. | Daar was laatst een meisje loos, die wou gaan varen, die wou gaan varen daar was laatst een meisje loos, die wou gaan varen als lichtmatroos Zij moest klimmen in de mast, maken de zeilen, maken de zeilen Zij moest klimmen in de mast, maken de zeilen met touwtjes vast |
| 05. | Roodborstje tikt tegen 't raam tik-tik-tik laat mij er in, laat mij er in 't is hier te guur en te koud naar mijn zin laat mij er in, laat mij er in 't meisje deed open en strooide uit haar schoot kruimeltjes suiker en kruimeltjes brood Dat was het roodborstje wel naar de zin en vloog het bos toen weer in |
| 06. | Jan Toerelesjoer, je benen, je benen Jan Toerelesjoer, je benen van de vloer Jan Toerelesjoer, je benen, je benen Jan Toerelesjoer, je benen van de vloer |
| 07. | Twee emmertjes water halen, twee emmertjes pompen, meisjes op de klompen meisje op je houten been, rij maar door mijn straatje heen van je ras-ras-ras, rijdt de koning door de plas van je voort-voort-voort, rijdt de koning door de poort van je erk-erk-erk, rijdt de koning door de kerk van je een, twee, drie |
| 08. | Advocaatje ging op reis, tiereliereliere, Advocaatje ging op reis, tierelierelom Met zijn hoedje op zijn arm, tiereliereliere, met zijn hoedje op zijn arm, tierelierelom Voor een herberg bleef hij staan, tiereliereliere, Stokvis kreeg hij bij 't ontbijt, tiereliereliere, |
| 09. | Er zaten zeven kikkertjes al in een boerensloot De sloot was toen bevroren, de kikkertjes waren dood Ze kwekten niet ze kwaakten niet van honger en verdriet Er zaten zeven kikkertjes al in een boerensloot |
| 10. | Schuitje varen over de zee, zeg meisje ga je mee, zeg meisje ga je mee.
en als je dan niet mee wil gaan, moet je uit m'n schuitje gaan Varen varen over de baren, varen varen over de zee Varen varen over de baren, varen varen over de zee, tabé |
| 11. | Zeg Roodkapje waar ga je hene, zo alleen, zo alleen Zeg Roodkapje waar ga je hene, zo alleen 'k Ga naar grootmoeder koekjes brengen, in het bos, in het bos 'k Ga naar grootmoeder koekjes brengen, in het bos In het bos zijn de wilde dieren, in het bos, in het bos In het bos zijn de wilde dieren, in het bos 'k Ben niet bang voor de wilde dieren, 'k ben niet bang, 'k ben niet bang 'k Ben niet bang voor de wilde dieren, 'k ben niet bang 'k zal eens zien of jij niet bang bent 'k zal eens zien, 'k zal eens zien 'k zal eens zien of jij niet bang bent 'k zal eens zien |
| 12. | Zakdoekje leggen, niemand zeggen 'k heb de hele nacht gewaakt, twee paar schoenen afgemaakt een van stof en en een van leer, hier leg ik mijn zakdoekje neer |
| 13. | Ik kom uit verre landen, magom-magom-magommetje ik kom uit verre landen, magommetje Wat heb je voor me meegebracht, magom-magom-magommetje wat heb je voor me meegebracht, magommetje Een doos met chocolade, magom-magom-magommetje een doos met chocolade, magommetje |
| 14. | Alle eendjes zwemmen in het water, falderalderiere, falderalderare Alle eendjes zwemmen in het water, fal-fal-falderaldera |
| 15. | Boer wat zeg je van mijn kippen, boer wat zeg je van mijn haan hebben ze dan geen mooie veren, of staat jou de kleur niet aan Boer wat zeg je van mijn kippen, boer wat zeg je van mijn haan |
| 16. | Jan Huygen in de ton, met een hoepeltje erom Jan Huygen, Jan Huygen en de ton die viel in duigen |
| 17. | EEN-TWEE-DRIE-VIER! Een, twee, drie, vier, hoedje van, hoedje van Een, twee, drie, vier, hoedje van papier Als het hoedje dan niet past, zet hem in een glazen kast Een, twee, drie, vier, hoedje van papier heb je dan geen hoedje meer, maak er een van bordpapier Een, twee, drie, vier, hoedje van papier |
| 18. | 'k Zag twee beren broodjes smeren, oh het was een wonder 't was een wonder boven wonder, dat die beren smeren konden hi-hi-hi, ha-ha-ha, 'k stond er bij en ik keek er naar 'k zag twee slangen de was ophangen, oh het was een wonder 'k Zag twee koeien bootje roeien, oh het was een wonder 'k Zag twee kraaien 't koren maaien, oh het was een wonder |
| 19. | Wie gaat er mee, wie gaat er mee, naar de berg van St. André en daar wonen zoveel kindertjes, en die leven daar in gloria, victoria! |
| 20. | Zeg ken jij de mosselman, de mosselman, de mosselman Zeg ken jij de mosselman, die woont in Scheveningen Ja ik ken de mosselman, de mosselman, de mosselman Ja ik ken de mosselman, die woont in Scheveningen Samen kennen wij de mosselman, de mosselman de mosselman Samen kennen wij de mosselman, die woont in Scheveningen |
| 21. | Op de Bibelebonse berg wonen Bibelebonse mensen en die Bibelebonse mensen hebben Bibelebonse kind'ren en die Bibelebonse kind'ren eten Bibelebonse pap met een Bibelebonse lepel uit een Bibelebonse nap |
| 22. | Dat gaat naar den Bosch toe, zoete lieve Gerritje, dat gaat naar den Bosch toe, zoete lieve meid Wie zal dat betalen, zoete lieve Gerritje, wie zal dat betalen, zoete lieve meid De eerste boer de beste, zoete lieve Gerritje, de eerste boer de beste, zoete lieve meid en als die boer geen geld heeft, zoete lieve Gerritje, en als die boer geen geld heeft, zoete lieve meid dan trekken we hem zijn jas uit, zoete lieve Gerritje, dan trekken we hem zijn jas uit, zoete lieve meid zo een boer is geld waard, zoete lieve Gerritje, zo een boer is geld waard, zoete lieve meid |
| 23. | Daar zat een aapje op een stokje achter moeders keukendeur er zat een gaatje in zijn rokje en daar stak zijn staartje deur |
| 24. | In een groen, groen, groen knollen-knollenland, daar zaten twee haasjes heel parmant en de een die blies de fluite-fluite-fluit, en de ander sloeg de trommel daar kwam opeens een jager-jagersman, en die heeft er een geschoten en dat heeft zoals je denken-denken-kan de andere zeer verdroten |
| 25. | Toen onze Mop een mopje was, was 't aardig hem te zien nu bromt hij alle dagen en bijt nog bovendien waf-woef-waf-woef-waf-woef-waf-woef en bijt nog bovendien nu bromt hij alle dagen, en bijt nog bovendien |
| 26. | In Holland staat een huis, in Holland staat een huis In Holland staat een huis ja ja, van je tjingela tjingela hopsasa In Holland staat een huis, in Holland staat een huis |
| 27. | Hop Marjanneke, stroop in 't kanneke, laat de poppetjes dansen gisteren was de prins in 't land en nu die kale Fransen Hop Marjanneke, stroop in 't kanneke, hop Marjanneke Jansen Hij wiegt het kind en hij roert de pap en laat de poppetjes dansen |
| 28. | Groen is 't gras, groen is 't gras, onder mijne voeten 'k heb verloren m'n beste vriend, 'k zal 'm zoeken moeten hé daar, plaats gemaakt, voor de jonge dame en de koekoek op het dak, zingt een lied op zijn gemak oh, mijn lieve Augustijn, deze dame zal hem zijn |
| 29. | Elsje Fiderelsje zet je klompjes bij 't vuur moeder bakt pannenkoeken maar het meel is zo duur tingelingelinge lange koek, stroop met rozijnen tingelingelinge pannenkoek, kom je op bezoek |
| 30. | Alles in de wind, alles in de wind, daar loopt een schipperskind, Alles in de wind, alles in de wind, daar loopt een schipperskind kom hier Rosa, je bent mijn zusje, je bent mijn zusje kom hier Rosa, je bent mijn zusje, jaja Oh wat spijt, oh wat spijt, nu ben 'k m'n zusje kwijt Oh wat spijt, oh wat spijt, nu ben 'k m'n zusje kwijt kom hier Rosa, je bent'n ander, je bent'n ander kom hier Rosa, je bent'n ander, ja-ja Onder bij die brug, onder bij die brug, vond ik m'n zusje terug Onder bij die brug, onder bij die brug, vond ik m'n zusje terug kom hier Rosa, je bent mijn zusje, je bent mijn zusje kom hier Rosa, je bent mijn zusje, ja-ja |
| 31. | Ienemiene mutte, tien pond grutten, tien pond kaas, ienemiene mutte is de baas |
| 32. | Mooi Ietje Fietje trek je baljurk aan, dan zullen wij samen naar het bal toe gaan nee meneer, ik dank u zeer, de polka is geen mode meer bovendien ik heb een man, die mij de polka leren kan |
| 33. | Onder moeders paraplu, liepen eens twee kindjes, Hanneke en Janneke, dat waren dikke vrindjes en de regen ging van tik-tak-tik, en de klompjes gingen van klik-klak- klik onder moeders paraplu, onder moeders paraplu 2x Toen kwam Jan de wind er aan, die blies eerst heel zoetjes |
| 34. | Kaatje ben je boven, ja mevrouw 'k zal je wat beloven, goed mevrouw tien pond suiker, vijf flessen wijn, wat zullen we vanavond vrolijk zijn doe dat in een keteltje, roer dat met een lepeltje oh, wat zal dat lekker zijn, oh wat zal dat lekker zijn |
| 35. | Tierelierelier wat ga je kopen, tierelierelier bij de kruidenier een pond suiker een pond meel, en een busje met kaneel Tierelierelier, tierelierelier, goeie morgen kruidenier Tierelierelier wat ga je kopen, tierelierelier bij de kruidenier een pond bonen een pond zeep, en een chocoladereep tierelierelier, tierelierelier, goeie morgen kruidenier |
| 36. | 'k heb mijn wagen volgeladen, vol met oude wijven toen zij op de markt kwamen, begonnen zij te kijven nu neem ik van mijn levensdagen geen oude wijven op mijn wagen hop paardje hop, hop paardje hop 'k heb mijn wagen volgeladen, vol met oude mannen 'k heb mijn wagen volgeladen, vol met jonge meisjes |
| 37. | Schipper mag ik overvaren, ja of nee moet ik dan een cent betalen, ja of nee Schipper mag ik overvaren, ja of nee moet ik dan een cent betalen, ja of nee |
| 38. | Drie maal drie is negen, en ieder zingt zijn eigen lied Drie maal drie is negen, en ieder zingt zijn lied 2x |
| 39. | In den Haag daar woont een graaf en zijn zoon heet Jantje als je vraagt waar woont je pa, wijst hij met zijn handje met zijn vingertje en zijn duim, op zijn hoed draagt hij een pluim aan zijn arm een mandje, dag mijn lieve Jantje |
| 40. | Altijd is Kortjakje ziek, midden in de week maar 's zondags niet 's-Zondags gaat zij naar de kerk, met een boek vol zilverwerk Altijd is Kortjakje ziek, midden in de week maar 's zondags niet |
| 41. | Klikspaan, halve maan, je mag niet door mijn straatje gaan 't hondje zal je bijten, 't poesje zal je krabbelen dat komt van al je babbelen |
| 42. | Daar liep een oude vrouw op straat, jutekei-jutekei-jutekei-sa-sa en waar die oude vrouw ook liep, vergat zij haar rode mutsje niet jutekei-jutekei-jutekei-sa-sa, jutekei-sa-sa |
| 43. | Klein klein kleutertje wat doe je in mijn hof, je plukt er alle bloempjes af en maakt het veel te grof Och, mijn lieve mamaatje, zeg het niet tegen papaatje ik zal zoet naar school toe gaan, en alle bloemetjes laten staan |
| 44. | Op een klein stationnetje, 's-morgens in de vroegte staan er zeven wagentjes netjes op een rij en het machinistje, draaide aan het wieletje hakke-hakke-puf-puf, weg zijn zij |
| 45. | Klap eens in je handjes, blij-blij-blij op je boze bolletje, allebei draai het wieltje nog eens om, klap maar in je handjes zet je handjes in je zij, op Je bolletje allebei Zo varen de scheepjes voorbij, zo varen de scheepjes voorbij |
| 46. | Poesje mauw, kom eens gauw, ik heb lekkere melk voor jou en voor mij rijstebrij, oh wat heerlijk smullen wij poesje is ziek, reumatiek, wat zegt dokter Jantje stop hem gauw, voor de kou, in zijn warme mandje |
| 47. | Als hier een pot met bonen staat en daar een pot met brie dan laat ik brie en bonen staan en dans met mijn Marie Marie-mara-maruschja-ka-ka, Marie-Marie-ma-ra Marie-mara-maruschja-ka-ka, Marie-Marie-ma-ra |
| 48. | Zagen, zagen, wiede-wiede-wagen, Jan kwam thuis om een boterham te vragen Moeder was niet thuis, vader was niet thuis, piep zei de muis in het voorhuis |
| 49. | Drie kleine kleutertjes die zaten op een hek, boven op een hek Drie kleine kleutertjes die zaten op een hek, op een mooie warme dag in september Waarover spraken zij, die drie daar op het hek, boven op dat hek Waarover spraken zij, die drie daar op het hek, op die mooie warme dag in september 't was over krekeltjes en korenbloemen blauw, korenbloemen blauw 't was over krekeltjes en korenbloemen blauw, op die mooie warme dag in september |
| 50. | Slaap kindje slaap, daar buiten loopt een schaap een schaap met vier witte voetjes, dat drinkt zijn melk zo zoetjes Slaap kindje slaap, daar buiten loopt een schaap |
